Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 12 april 2023. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat eiseres de minister heeft verzocht alsnog binnen twee weken te beslissen, hetgeen niet is gebeurd. Op 3 december 2025 heeft de minister alsnog een besluit genomen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk is, omdat inmiddels een besluit is genomen. Het beroep tegen het alsnog genomen besluit is ongegrond, aangezien eiseres geen gronden heeft aangevoerd tegen dit besluit. De minister hoeft geen bestuurlijke of rechterlijke dwangsom te betalen.
Omdat de minister na het indienen van het beroep alsnog heeft beslist, is het beroep terecht ingediend en veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 467,-. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.