In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn asielaanvraag van 17 februari 2024. Eerder had de rechtbank een beslistermijn van zes weken opgelegd, maar de minister heeft niet binnen deze termijn een besluit genomen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. Gelet op de overschrijding van de maximale beslistermijn van 21 maanden, past de rechtbank een kortere termijn toe en legt zij de minister een nieuwe beslistermijn van acht weken op, ingaande de dag na de uitspraak.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. De rechtbank acht deze dwangsom redelijk en ziet geen aanleiding tot verhoging ondanks het eerdere uitblijven van een besluit.
Tot slot veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €233,50, rekening houdend met een lagere wegingsfactor vanwege de beperkte omvang van het tweede beroep.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.