In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, wordt het beroep van eiser tegen de minister van Asiel en Migratie behandeld. Eiser had eerder een beroep ingesteld dat gegrond werd verklaard, waarbij de minister werd opgedragen om binnen twee weken een besluit te nemen op de asielaanvraag. De rechtbank had ook bepaald dat bij overschrijding van deze termijn een dwangsom van € 200,- per dag zou worden opgelegd, met een maximum van € 15.000,-. Eiser heeft nu een opvolgend beroep ingediend omdat de minister niet tijdig heeft beslist op de asielaanvraag van 5 juli 2023. De rechtbank oordeelt dat een nieuwe ingebrekestelling niet nodig is voor dit tweede beroep. De minister heeft de eerder opgelegde beslistermijn van twee weken overschreden, waardoor het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. De rechtbank legt de minister een nieuwe beslistermijn van vier weken op, te rekenen vanaf de bekendmaking van deze uitspraak. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de minister deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. De proceskosten van eiser worden vastgesteld op € 467,-.