ECLI:NL:RBDHA:2026:4130
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting en verklaart het kennelijk ongegrond.
De rechtbank stelt vast dat uit het Eurodac-systeem blijkt dat eiser in Duitsland een asielaanvraag heeft ingediend, waardoor de minister terecht heeft aangenomen dat Duitsland verantwoordelijk is. Eiser voerde aan dat de registratie in Duitsland niet gelijkstaat aan een asielaanvraag en dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen, maar de rechtbank oordeelt dat het voornemen voldoende gemotiveerd was en het beginsel van hoor en wederhoor niet is geschonden.
Eiser stelde dat bijzondere omstandigheden, zoals bedreigingen in Duitsland, een onverplichte behandeling van zijn aanvraag in Nederland rechtvaardigen. De rechtbank volgt dit niet en overweegt dat de minister terughoudend moet zijn bij het toepassen van artikel 17 van Pro de Dublinverordening, maar dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat zijn situatie een uitzondering rechtvaardigt.
Ten slotte overweegt de rechtbank dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Duitsland van toepassing blijft. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor het besluit van de minister in stand blijft en eiser kan worden overgedragen aan Duitsland.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.