ECLI:NL:RBDHA:2026:4182
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Frankrijk
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep op 19 februari 2026 behandeld en beoordeelt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Hoewel eiser aanvoert dat hij in Frankrijk zes maanden op straat heeft geleefd en dat de opvangvoorzieningen tekortschieten, oordeelt de rechtbank dat deze omstandigheden niet zodanig structureel en ernstig zijn dat overdracht aan Frankrijk leidt tot een schending van artikel 4 van Pro het EU Handvest of artikel 3 EVRM Pro.
Eiser heeft ook betoogd dat de minister zijn aanvraag onverplicht aan zich had moeten trekken op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening vanwege medische omstandigheden. De rechtbank wijst dit af omdat Frankrijk vergelijkbare medische voorzieningen biedt en eiser daar al tweemaal behandeling heeft ontvangen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit van de minister. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand.