De vrouw en de man, gehuwd volgens Iraans recht, zijn in 2020 gescheiden waarbij een convenant werd gesloten over de bruidsgave van 100 gouden munten. De vrouw vordert afgifte van deze munten of de waarde daarvan, terwijl de man een tegenvordering instelt voor vergoeding van de helft van een tijdens het huwelijk afgesloten lening en inkomensderving door een uitreisverbod.
De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Iraans recht van toepassing is op de bruidsgave. De vordering van de vrouw wordt niet in strijd met de Nederlandse openbare orde geacht en wordt toegewezen. Een verzoek van de man tot betalingsregeling wordt afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing en draagkracht.
De man krijgt deels gelijk in zijn vordering tot vergoeding van de helft van de lening die hij volledig heeft afgelost, waarbij de rechtbank uitgaat van gelijke verdeling. De vordering tot inkomensderving wordt afgewezen omdat het Iraanse recht geen onrechtmatige daad van de vrouw aanneemt. Proceskosten worden gecompenseerd.