Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
2. de rechtspersoon naar buitenlands recht
1.De procedure
- de dagvaarding van 15 april 2024, met producties AGI-1 tot en met AGI-10;
- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 24 en het verzoek tot aanhouding in verband met lopende procedures bij het gerechtshof Den Haag;
- het bericht van de griffie van de rechtbank van 26 november 2024 dat de mondelinge behandeling zal worden aangehouden tot het gerechtshof Den Haag arrest heeft gewezen in de hierboven genoemde procedures;
- de akte namens gedaagden, met producties 25 tot en met 28.
2.De feiten
purchase ordermet nummer 51000102871, gascompressiemotoren geleverd aan Bariven. De facturen met betrekking tot de levering van twee van die gascompressiemotoren (factuurnummers 343 en 402, ieder met een factuurwaarde van $ 647.000,00) zijn door Bariven niet voldaan.
purchase order51000102871 wordt verwezen naar een
request for quotation(genummerd 6500212165). Daarin is opgenomen dat Bariven de ‘buyer’ is en (in artikel 27) dat “
any and all disputes, controversies and claims arising out of, invoicing or relating to the Order” zullen worden beslecht door middel van ICC-arbitrage met als plaats van arbitrage Den Haag.
Met veroordeling van gerekestreerde in de kosten, begroot op € 155,= aan griffierecht.”
3.Het geschil
4.De beoordeling
Transporte Saet-leerstuk naar Venezolaans recht over doorbraak van aansprakelijkheid. Dit leerstuk is, op grond van de incorporatieleer, van toepassing op Bariven en PDVSA (art. 10:118 BW Pro).
Transporte Saet-leerstuk en de toepasselijkheid daarvan op Bariven en PDVSA:
- om naar Venezolaans recht de aansprakelijkheid van een groep van vennootschappen vast te stellen, is nodig dat wordt gesteld en aannemelijk gemaakt dat voldaan wordt aan de criteria die gelden voor het kunnen aannemen van een ‘groep’ (zoals die uitvoerig worden besproken in
- de in
- in
- in
Transporte Saet), zij geacht kunnen worden tot eenzelfde groep te behoren.
Transporte Saet-leerstuk aan bij de overwegingen van het hof. Tussen partijen is niet in geschil dat de onderliggende feiten en omstandigheden in deze zaak – voor zover relevant – gelijk zijn aan die in de zaken die bij het gerechtshof voorlagen. Het gaat daarbij immers met name om de (concern)verhoudingen tussen Bariven en PDVSA. In zoverre heeft PDVSA c.s. dus ook in deze procedure onvoldoende (gemotiveerd) betwist dat PDVSA en Bariven op grond van de
Transporte Saet-criteria geacht kunnen worden tot eenzelfde groep te behoren. Dat betekent dat de rechtbank van oordeel is dat PDVSA op grond van dat leerstuk aansprakelijk is voor de, in deze procedure aan de orde zijnde, schulden van Bariven jegens Agira.
Transporte-Saet-leerstuk is, en met name de vraag of op grond van dit leerstuk sprake is van ‘vereenzelviging’. Agira lijkt zich in dat kader op het standpunt te stellen dat het identiteitsverschil tussen PDVSA en Bariven geheel moet worden weggedacht. PDVSA c.s. heeft zich op het standpunt gesteld dat uit het
Transporte Saet-leerstuk niet volgt dat sprake is van ‘vereenzelviging’.
Transporte Saet-leerstuk verder gaat dan doorbraak van aansprakelijkheid naar Nederlands recht. Dat laatste leerstuk is gebaseerd op onrechtmatige daad, terwijl uit het
Transporte Saet-leerstuk, zo oordeelt het hof, volgt dat ‘
indivisable obligationszijn aanvaard voor de vennootschappen die onderdeel uitmaken van een economische groep, met als gevolg dat de groepsvennootschappen aansprakelijk zijn voor elkaars schulden jegens derden’. Consequentie daarvan is, in die zaak, dat PDVSA ook aansprakelijk is voor de wettelijke
handelsrente (omdat Bariven dat in die zaak ook is), en niet de gewone wettelijke rente die bij een vordering uit hoofde van onrechtmatige daad verschuldigd zou zijn.
Transporte Saet. In die uitspraak is onder meer als volgt overwogen (Engelse vertaling):
comparable, verplichting van, in dit geval, PDVSA, tot nakoming van de (volledige) verplichting van Bariven waarbij, zoals bij hoofdelijkheid naar Nederlands recht, betaling door de één de ander bevrijdt. Tot volledige vereenzelviging van beide vennootschappen, waarbij het vennootschapsrechtelijke onderscheid wordt weggedacht, leidt dit niet.
comparablevorderingen. De grondslag van de vordering op Bariven is daarbij niet het
Transporte Saet-leerstuk, maar de tussen partijen gesloten overeenkomst (zie hiervoor onder 2.4 en 2.5). Niet in geschil is dat die overeenkomst een arbitragebeding bevat (en die arbitrage ook is gevoerd, zie hiervoor onder 2.6).
any and all disputes […] and claims arising out of […] or relating to the Order”.
Transporte Saet-leerstuk. De vordering van Agira zal in zoverre daarom worden afgewezen.