ECLI:NL:RBDHA:2026:5256
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf gezinshereniging
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvragen om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht toegewezen.
De rechtbank stelt vast dat de minister op grond van de Vreemdelingenwet 2000 binnen 90 dagen moet beslissen, met een mogelijke verlenging van drie maanden. De beslistermijn is verstreken zonder besluit, en de minister is rechtsgeldig in gebreke gesteld. Het beroep is tijdig en kennelijk gegrond.
De rechtbank overweegt dat bij aanvragen om gezinshereniging bij asielvergunninghouders sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken kan worden opgelegd. De minister moet binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een besluit nemen, of binnen twintig weken indien nader onderzoek wordt aangekondigd.
De rechtbank legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 bij overschrijding van deze termijn en veroordeelt de minister in de proceskosten van €467. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 12 maart 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en legt een termijn en dwangsom op aan de minister.