ECLI:NL:RBDHA:2026:5286
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit gezinshereniging asielvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging voor zijn ouders en minderjarige broertjes en zusjes. De minister van Asiel en Migratie heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is omdat de minister de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen.
De rechtbank stelt vast dat de minister de ontvangst van de aanvraag heeft bevestigd, maar verder nog niet inhoudelijk heeft behandeld. Gezien de bijzondere omstandigheden bij aanvragen van houders van een asielvergunning, wordt een langere beslistermijn dan de standaard twee weken opgelegd. De minister moet binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een besluit nemen, tenzij nader onderzoek wordt aangekondigd, waarna de termijn twintig weken bedraagt.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag overschrijding van de termijn. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €200 en de proceskosten van €467. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 12 maart 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op binnen acht weken een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom en vergoeding van kosten.