ECLI:NL:RBDHA:2026:5298
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen niet tijdig besluit gezinshereniging vreemdelingen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging voor zijn ouders, broer en zus. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en gegrond is omdat de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, is overschreden zonder besluit.
De rechtbank stelt een termijn van acht weken na verzending van deze uitspraak vast waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor overschrijding van deze termijn. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442, vergoeding van het griffierecht van €194 en proceskosten van €467.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige besluitvorming bij gezinshereniging en verwijst naar eerdere jurisprudentie ter onderbouwing van de redelijke beslistermijnen. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog te beslissen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder oplegging van dwangsommen en kostenvergoedingen.