ECLI:NL:RBDHA:2026:5316
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete voor overtreding Wet minimumloon bevestigd ondanks bezwaren over onderbetaling en draagkracht
Eisers, voormalige vennoten van een ontbonden vennootschap onder firma die een fastfoodrestaurant exploiteerden, kregen een bestuurlijke boete opgelegd wegens onderbetaling van een werknemer jonger dan 21 jaar en het niet tijdig overleggen van administratieve bescheiden. De boete werd vastgesteld op €9.025 na een eerdere matiging van 5% vanwege de termijn tussen boeterapport en kennisgeving.
Eisers voerden aan dat er geen onderbetaling was, dat de boete onterecht was gebaseerd op een rechtspersoon terwijl zij als natuurlijke personen aansprakelijk zijn, dat onvoldoende rekening is gehouden met hun financiële draagkracht en dat de boete vanwege de redelijke termijn gematigd moest worden. De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat sprake was van onderbetaling en het niet overleggen van bescheiden, en dat de boete terecht was gebaseerd op de v.o.f. als rechtspersoon.
De rechtbank vond dat eisers onvoldoende bewijs hadden geleverd van hun financiële situatie om matiging op grond van draagkracht te rechtvaardigen. Ook was de redelijke termijn niet overschreden, mede omdat verweerder de boete al met 5% had gematigd vanwege de termijn tussen rapport en kennisgeving. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de boete bleef in stand.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de bestuurlijke boete van €9.025 wegens overtreding van de Wet minimumloon en verklaart het beroep ongegrond.