Eiser heeft beroep ingesteld omdat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag van 11 maart 2023. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister ondanks verzoeken niet binnen twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Gelet op eerdere jurisprudentie en het 8+8 wekenmodel, is bij overschrijding van de bovengrens van 21 maanden een kortere beslistermijn passend. Hier geldt een termijn van vier weken na het laatste nader gehoor op 23 juni 2025.
De minister wordt opgedragen binnen deze termijn alsnog een besluit te nemen. Bij overschrijding van deze termijn is de minister een dwangsom van € 100 per dag verschuldigd, met een maximum van € 15.000. Tevens wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467.