Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 9 september 2023. In een eerdere procedure had de rechtbank de minister al een beslistermijn van acht weken opgelegd, maar de minister heeft niet binnen deze termijn een besluit genomen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. Gezien de overschrijding van de maximale beslistermijn van 21 maanden en de eerdere opgelegde termijn, legt de rechtbank een nieuwe beslistermijn van vier weken op, ingaande de dag na de uitspraak. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor het geval de minister opnieuw niet tijdig beslist.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €233,50, rekening houdend met een lagere wegingsfactor vanwege de beperkte omvang van het opvolgende beroep. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.