In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 12 december 2023. Eerder had de rechtbank al geoordeeld dat de minister binnen zestien weken een besluit moest nemen en een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding moest betalen.
De minister heeft echter niet binnen deze termijn beslist, waardoor eiser een opvolgend beroep heeft ingesteld. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn van acht weken op, rekening houdend met het '8+8 wekenmodel' en de overschrijding van de bovengrens van 21 maanden.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. De minister wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €233,50 vanwege de beperkte omvang van het opvolgend beroep.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. De minister moet binnen de gestelde termijn alsnog een besluit nemen op de asielaanvraag, onder dreiging van de opgelegde dwangsom.