ECLI:NL:RBDHA:2026:5654
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen signalering in SIS en weigering verblijfsvergunning gezinsleven
Eiser, een Iraanse nationaliteit dragende vreemdeling, is sinds 2002 meerdere malen afgewezen voor verblijfsvergunningen in Nederland, onder meer vanwege toepassing van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. In 2022 diende hij opnieuw aanvragen in voor een verblijfsvergunning regulier voor gezinsleven conform artikel 8 EVRM Pro en een verblijfsdocument EU/EER op grond van het arrest Chavez-Vilchez. De minister wees deze aanvragen af en signaleerde eiser in het Schengen Informatie Systeem (SIS) en het nationale informatiesysteem Executie & Signalering (E&S).
Eiser voerde aan dat de signalering onrechtmatig was, dat de minister onvoldoende had gemotiveerd dat hij een actueel gevaar voor de openbare orde vormde, en dat zijn recht op gezins- en privéleven was geschonden. De rechtbank oordeelde dat de minister het unierechtelijke openbare ordecriterium correct had toegepast, waarbij rekening was gehouden met eisers gedrag en houding na de gepleegde misdrijven. De signalering was toegestaan ondanks het opgeheven inreisverbod. De rechtbank vond dat eiser onvoldoende had aangetoond dat hij een beschermwaardig gezinsleven had met zijn meerderjarige kinderen en dat de belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro zorgvuldig was gemaakt.
Ook het beroep op het arrest Chavez-Vilchez faalde omdat eiser onvoldoende had onderbouwd dat er een zodanige afhankelijkheidsrelatie bestaat tussen hem en zijn minderjarige zoon dat deze gedwongen zou zijn de EU te verlaten. De proportionaliteitstoets werd eveneens als correct beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard, en eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de signalering in SIS en de afwijzing van de verblijfsaanvragen wordt ongegrond verklaard.