Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 maart 2026 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
26 september 2022 heeft eiser dit – voor zover hier van belang – als volgt toegelicht:
Geschil7. In geschil is of (i) de aanslag en de rentebeschikking naar de juiste bedragen zijn opgelegd (ii) of de hoorplicht, het motiveringsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het recht op een eerlijk proces zijn geschonden.
6 december 2024 een hoorgesprek heeft plaatsgevonden. Volgens eiser had verweerder voorafgaand aan het hoorgesprek zijn voorlopige standpunt moeten bekendmaken en hadden de ambtenaren door wie eiser is gehoord geen kennis genomen van zijn bezwaar. Kort samengevat stelt eiser dat tijdens het hoorgesprek geen of in elk geval onvoldoende inzicht is gegeven in de aanslag, de reactie op het bezwaar en de juridische onderbouwing hiervan. Eiser stelt dat verweerder hiermee eveneens het zorgvuldigheidsbeginsel, het recht op een eerlijk proces en het motiveringsbeginsel heeft geschonden.
27 juni 2024 is uitgenodigd voor een hoorgesprek, maar dat dit hoorgesprek op verzoek van eiser is uitgesteld totdat deze rechtbank uitspraak had gedaan in een procedure over de aanslag IB/PVV 2018. [14] Vervolgens heeft verweerder op 2 augustus 2024 eiser opnieuw uitgenodigd voor een hoorgesprek. Hierop heeft eiser aangegeven dat een hoorgesprek in augustus en september lastig voor hem was, omdat hij bezig was met een cassatieberoep.
Beslissing
€ 1.000;
mr. G.E. Brummel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2026.