Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar per 25 november 2024 geen WIA-uitkering meer toe te kennen. Het UWV heeft niet tijdig op het bezwaar beslist, waarop eiseres beroep instelde bij de rechtbank Den Haag. De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en dat het UWV nog geen besluit heeft genomen, waardoor het beroep gegrond is.
De rechtbank verwijst naar haar eerdere jurisprudentie waarin zij een termijn van zes weken voor een medische beoordeling door een verzekeringsarts en drie weken voor het nemen van een besluit hanteert, met een maximum van negen weken na verzending van de uitspraak. In dit specifieke geval is op 9 september 2025 een hoorzitting met een verzekeringsarts gehouden, waardoor de termijn wordt verkort.
De rechtbank bepaalt dat het UWV binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar moet nemen. Tevens legt zij een dwangsom op van €100 per dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres.