ECLI:NL:RBDHA:2026:5896
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens uitblijven beslissing WIA-aanvraag; UWV opgedragen binnen termijn te beslissen
Eiser diende op 15 juni 2025 een aanvraag in voor een WIA-uitkering. Na het uitblijven van een beslissing stelde eiser het UWV op 14 augustus 2025 in gebreke en startte op 23 oktober 2025 een beroep wegens het niet tijdig beslissen. De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat ondanks een dwangsombeslissing van 13 oktober 2025 nog geen besluit is genomen.
De rechtbank oordeelt dat in zaken waarbij een medisch advies van een verzekeringsarts vereist is, sprake is van een bijzonder geval conform artikel 8:55d Awb. Gezien het structurele tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV, wordt een termijn van negen weken na verzending van de uitspraak gehanteerd voor het nemen van een besluit, waarbij zes weken zijn gereserveerd voor de medische beoordeling.
In dit geval heeft op 10 november 2025 een gesprek met een verzekeringsarts plaatsgevonden, waardoor het UWV binnen twee weken na de uitspraak een besluit moet nemen. Bij overschrijding van deze termijn wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd, met een maximum van €15.000. Tevens wordt het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiser vergoed. De uitspraak is gedaan zonder zitting en het UWV wordt opgedragen alsnog binnen de gestelde termijn te beslissen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen binnen twee weken na uitspraak alsnog een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.