12.3.Ook over het derde incident stelt verweerder terecht dat eisers onderling tegenstrijdige verklaringen hebben gegeven. Zo heeft eiser verklaard dat de bende een boeket van bloemen in steekschuim bij hun woning heeft achtergelaten en een brief waarin stond dat eiseres, zijn moeder, wist wat ze moest doen (pagina 23 en 24 nader gehoor eiser). Eiseres heeft hierover verklaard dat er een ronde bloemenkrans met daarop de initialen van eiser, haar zoon, is achtergelaten en ook een geschreven brief met daarop de initialen van eiser (pagina 13 nader gehoor eiseres). Eiser heeft, na confrontatie met de andersluidende verklaringen van eiseres, herhaald dat het ging om een rechtopstaand bloemenstuk met ‘dat groene spul’ als voetstuk en verklaard dat er op de bloemen geen kaartje was met zijn initialen erop (pagina 26 nader gehoor eiser). Eiseres is, na confrontatie met de andersluidende verklaring van eiser, erbij gebleven dat op het bloemstuk wel de initialen van haar zoon stonden (pagina 26 nader gehoor eiseres). Verweerder heeft deze tegenstrijdige verklaringen over wat de bende Los Pulpos precies voor hun deur heeft achtergelaten, om dezelfde reden als vermeld onder 11 niet ten onrechte aan eisers tegengeworpen. De correcties en aanvullingen die eisers op dit punt hebben gemaakt, en waarmee zij hun verklaringen achteraf in overeenstemming met elkaar hebben gebracht, heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank niet ten onrechte niet gevolgd, nu een uitleg bij die correcties en aanvullingen ontbreekt, terwijl verweerder die wel van eisers mocht verlangen (zie 7.3).
13. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank verder niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eisers vaag en wisselend hebben verklaard over waarom zij niet eerder uit Peru zijn vertrokken. Eiseres heeft verklaard dat zij veel dreigtelefoontjes heeft ontvangen, dat zij na het eerste incident op 19 juli 2022 meteen haar zaak heeft gesloten en al haar spullen heeft verkocht en nauwelijks meer naar buiten ging. Dit duidt op een ernstige situatie. Eisers zijn echter pas veel later, in maart 2023, uit Peru vertrokken. Eiseres heeft in reactie op vragen over waarom zij niet al eerder, bijvoorbeeld na het tweede incident van 5 december 2022, zijn vertrokken de volgende, wisselende verklaringen gegeven: zij had geen paspoort (pagina 11 nader gehoor eiseres), zij hadden geen geld (pagina 12 nader gehoor eiseres), de vader van eiser was op reis en zij konden pas vertrekken nadat hij terug was (pagina 19 nader gehoor eiseres), de rekeningen van water en licht zouden oplopen als zij zouden vertrekken en zij moest nog papieren regelen (pagina 19 nader gehoor eiseres). Eiser heeft op vergelijkbare vragen geantwoord dat zij niet eerder zijn vertrokken omdat zij nog vertrouwen hadden in de Peruaanse politie (pagina 27 nader gehoor eiser). Dit, terwijl eiser ook heeft verklaard dat hij een vlucht had geboekt voor 27 december 2022 om het land te verlaten vanwege de incidenten (pagina 27 nader gehoor eiser). Verweerder heeft deze vage en wisselende verklaringen van eisers in reactie op vragen over waarom zij niet eerder uit Peru zijn vertrokken, niet ten onrechte aan eisers tegengeworpen. Verweerder stelt zich verder niet ten onrechte op het standpunt dat deze verklaringen er geen blijk van geven dat er sprake was van een situatie waarin eisers zich zo snel mogelijk in veiligheid moesten brengen. Zij hebben echter ook verklaringen gegeven (bijvoorbeeld de hierboven genoemde verklaringen over de directe sluiting van de zaak en het binnen blijven) waaruit een beeld naar voren komt van een situatie die voor hen zeer onveilig was. Verweerder stelt niet ten onrechte dat deze verklaringen niet met elkaar te rijmen zijn.
14. Verweerder heeft zich voorts niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de verklaringen van eisers omtrent het boeken van de vliegtickets vaag en onderling inconsistent zijn. Zo heeft eiser verklaard dat hij vliegtickets had geboekt voor 27 december 2022 om het land te verlaten vanwege de incidenten. Hij heeft echter ook verklaard dat hij niet weet wanneer de tickets zijn geboekt, en ook niet of die al vóór het eerste incident waren geboekt (pagina 27 nader gehoor eiser). Eiseres heeft verklaard dat de vlucht al geboekt stond voordat het eerste incident had plaatsgevonden en dat de vliegtickets geboekt waren om haar halfbroer in Nederland te bezoeken (pagina 14 nader gehoor eiseres). Verweerder heeft deze vage en inconsistente verklaringen niet ten onrechte aan eisers tegengeworpen. De verklaring van eiseres dat zij zich niet met de vliegtickets heeft bezig gehouden en tijdens het nader gehoor maar wat heeft gezegd, leidt niet tot een ander oordeel. Als eiseres het antwoord op bepaalde vragen niet weet, moet zij dat melden en niet ‘zo maar wat zeggen’. Als zij dat toch doet, komen de gevolgen daarvan voor haar rekening.
Periode voorafgaand aan vertrek
15. Verweerder heeft zich tot slot niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eisers tegenstrijdig aan elkaar hebben verklaard over waar zij in de periode tussen het derde incident en hun vertrek uit Peru hebben verbleven. Zo heeft eiser verklaard dat zij na het derde incident het huis hebben verlaten, dat zij telkens in beweging waren, dat zij in het huis van zijn oma hebben gezeten en niet meer thuis hebben geslapen (pagina 26 nader gehoor eiser). Eiseres heeft echter verklaard dat zij soms naar haar moeder ging, maar altijd samen met eiser thuis heeft geslapen om te voorkomen dat de bedreigers in het huis zouden komen (pagina 27 nader gehoor eiseres). Eisers zijn, nadat zij tijdens de gehoren met de andersluidende verklaringen van de ander zijn geconfronteerd, bij hun eigen verklaringen gebleven. Verweerder heeft deze tegenstrijdige verklaringen, om dezelfde reden als vermeld onder 11 niet ten onrechte aan eisers tegengeworpen. Met de correcties en aanvullingen van eiser op dit punt is deze tegenstrijdigheid niet weggenomen, nog daargelaten dat eiser geen (bevredigende) uitleg heeft gegeven waarom hij zijn tijdens het gehoor gegeven verklaringen wil aanpassen.
16. Gelet op de onder 11 tot en met 15 vermelde tegenwerpingen, in samenhang bezien, heeft verweerder zich naar het oordeel van de rechtbank niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de verklaringen van eisers over hun problemen met de bende Los Pulpos, ook in samenhang bezien met de door eisers overgelegde stukken (waaronder de kopieën van de aangiftes), geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen en dat daarom niet wordt voldaan aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, van de Vw. Hetgeen meer of overigens door eisers hierover is aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel. Reeds nu niet aan deze voorwaarde is voldaan, heeft verweerder zich naar het oordeel van de rechtbank niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de gestelde problemen van eisers met de criminele bende Los Pulpos ongeloofwaardig zijn. Gelet hierop hoeft geen bespreking of verweerder zich ook niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat niet is voldaan aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder b, van de Vw.
17. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de door eisers aangevoerde beroepsgronden niet leiden tot het oordeel dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat er zich geen asielgrond als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vw voordoet. Er bestaat dan ook geen grond voor het oordeel dat verweerder ten onrechte heeft gesteld dat eisers niet in aanmerking komen voor een asielvergunning.