Eisers hebben beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn had beslist op hun asielaanvragen van 25 april 2025. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eisers gestelde termijn van twee weken alsnog een besluit heeft genomen.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Op basis van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt een beslistermijn van zestien weken gehanteerd, het zogenaamde '8+8 wekenmodel'. De minister wordt opgedragen binnen deze termijn alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eisers, vastgesteld op € 467,-, vanwege de samenhang van de zaken en de nagenoeg identieke werkzaamheden van de gemachtigde.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eisers krijgen hiermee gelijk en de minister wordt aangespoord om binnen de gestelde termijn te beslissen om verdere dwangsommen te voorkomen.