ECLI:NL:RBDHA:2026:6202
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf voor het verblijfsdoel 'Verblijf als familie- of gezinslid'. De minister van Asiel en Migratie heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is omdat de minister de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen.
De rechtbank legt op grond van de Algemene wet bestuursrecht een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor het overschrijden van deze termijn. De rechtbank wijst het verzoek om vaststelling van een bestuurlijke dwangsom af vanwege de nieuwe wettelijke regeling die dit uitsluit.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €200 en de proceskosten van €467. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige en tijdige besluitvorming bij aanvragen om gezinshereniging en verwijst naar eerdere jurisprudentie ter onderbouwing van de redelijke beslistermijnen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen en legt een termijn en dwangsom op aan de minister.