ECLI:NL:RBDHA:2026:6280
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn van 90 dagen, zoals voorgeschreven in de Vreemdelingenwet 2000, is overschreden zonder dat een besluit is genomen.
De rechtbank stelt vast dat eiser rechtsgeldig in gebreke is gesteld en dat het beroep tijdig is ingediend. Gelet op de aard van de aanvraag, namelijk gezinshereniging bij een houder van een asielvergunning, wordt dit als een bijzonder geval beschouwd, waarvoor een langere beslistermijn kan gelden.
De rechtbank legt de minister een termijn van acht weken op om alsnog een besluit te nemen, met de mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van €15.000. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiser.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen en legt een termijn en dwangsom op aan de minister.