Eiseres heeft op 8 mei 2025 een verzoek ingediend voor herbeoordeling van het recht op een WIA-uitkering voor een (ex-)werknemer. Omdat het UWV niet binnen de wettelijke beslistermijn van negen weken heeft beslist, heeft eiseres op 21 januari 2026 beroep ingesteld wegens het uitblijven van een beslissing.
De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en ondanks ingebrekestelling niet heeft beslist. Het UWV heeft een dwangsombeslissing genomen, maar de rechtbank acht het noodzakelijk dat het UWV alsnog binnen een redelijke termijn beslist. Gezien de noodzaak van een medisch advies van een verzekeringsarts en de structurele tekorten bij het UWV, kwalificeert deze situatie als een bijzonder geval.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin een termijn van negen weken na verzending van de uitspraak wordt gehanteerd: zes weken voor de medische beoordeling en drie weken voor het besluit. Het UWV moet binnen deze termijn alsnog een besluit nemen. Voor elke dag dat het UWV te laat is, wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed en wordt het UWV veroordeeld tot betaling van proceskosten. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is verzonden aan partijen op 11 maart 2026.