Eiseres heeft op 12 februari 2025 een herbeoordelingsverzoek ingediend bij het UWV voor een WIA-uitkering van een (ex-)werknemer. Nadat het UWV niet binnen de wettelijke termijn van negen weken had beslist, stelde eiseres het UWV op 28 augustus 2025 in gebreke en diende zij op 3 december 2025 beroep in wegens het uitblijven van een beslissing.
De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat geen besluit is genomen na de ingebrekestelling. Het beroep wordt daarom gegrond verklaard. De rechtbank wijst op de bijzondere omstandigheden van het tekort aan verzekeringsartsen, waardoor beslistermijnen structureel niet worden gehaald, en bevestigt de toepassing van artikel 8:55d lid 3 Awb.
De rechtbank legt het UWV op binnen negen weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen, waarbij zes weken zijn gereserveerd voor de medische beoordeling door een verzekeringsarts en drie weken voor het nemen van het besluit. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van €15.000. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres.