De minister van Asiel en Migratie heeft op 2 januari 2026 aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd, welke nog voortduurt. Eiser betwist deze maatregel en voert aan dat er geen redelijk zicht is op uitzetting naar Gambia, mede omdat een aangevraagde laissez-passer nog niet is verstrekt en er geen presentatie bij de ambassade gepland staat.
De rechtbank heeft deze maatregel reeds eerder getoetst op 31 oktober 2025 en concludeerde toen dat de maatregel rechtmatig was. Bij de huidige beoordeling richt de rechtbank zich op de periode na het sluiten van het onderzoek op 28 oktober 2025. De rechtbank oordeelt dat het zicht op uitzetting naar Gambia binnen een redelijke termijn niet ontbreekt, mede gelet op de afhankelijkheid van de minister van de medewerking van de Gambiaanse autoriteiten en het ontbreken van een negatieve reactie van deze autoriteiten.
De rechtbank ziet geen aanleiding om anders te oordelen dan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in haar uitspraak van 4 augustus 2023. Ook de ambtshalve toetsing leidt niet tot een ander oordeel. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, de maatregel van bewaring blijft in stand en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. De minister hoeft de proceskosten van eiser niet te vergoeden.