ECLI:NL:RBDHA:2026:656
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- O. El Kadi
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf voor pleegkinderen uit Haïti wegens ontbreken gezinsleven en aanvaardbare toekomst
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het beroep van eisers tegen de afwijzing van hun aanvragen voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als pleegkinderen bij referenten in Nederland. De minister van Asiel en Migratie heeft de aanvragen afgewezen omdat niet is aangetoond dat eisers feitelijk tot het gezin van de referenten behoren en dat zij in Haïti geen aanvaardbare toekomst hebben.
De rechtbank oordeelt dat het besluit van de minister bevoegd is genomen en dat de minister terecht heeft geoordeeld dat geen sprake is van gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro. De overgelegde documenten, waaronder voogdijverklaring, verklaringen van familieleden, foto’s en geldoverschrijvingen, zijn onvoldoende objectief en verifieerbaar om hechte persoonlijke banden aan te tonen. Het contact tussen referenten en eisers overstijgt niet de gebruikelijke omgang tussen familieleden.
Voorts is niet aannemelijk gemaakt dat eisers in Haïti geen aanvaardbare toekomst hebben. De minister heeft terecht geoordeeld dat de biologische ouders en andere bloedverwanten in staat zijn voor hen te zorgen, ondanks de moeilijke algemene situatie in Haïti. Ook is geen aanleiding om af te wijken van het beleid op grond van artikel 4:84 van Pro de Awb. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard omdat geen gezinsleven en geen onaanvaardbare toekomst is vastgesteld.