ECLI:NL:RBDHA:2026:6667
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen informatieve brief beëindiging tijdelijke bescherming
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende persoon die vanuit Oekraïne naar Nederland is gekomen vanwege de invasie, ontving op 29 januari 2024 een brief van de minister waarin werd medegedeeld dat zijn tijdelijke bescherming per 4 maart 2024 eindigt. Eiser stelde beroep in tegen deze brief en vroeg tevens een voorlopige voorziening.
De rechtbank beoordeelde ambtshalve de ontvankelijkheid van het beroep en stelde vast dat de brief geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De brief bevatte geen nieuw of ander rechtsgevolg, maar informeerde slechts over de automatische afloop van de tijdelijke bescherming, conform een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank sloot zich aan bij eerdere uitspraken van de rechtbank Middelburg waarin vergelijkbare brieven eveneens niet als besluiten werden aangemerkt. Daarnaast wees de rechtbank erop dat eiser tegen een later terugkeerbesluit, dat wel een besluit is, een aparte beroepsprocedure aanhangig heeft bij de rechtbank Roermond. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep tegen de brief niet-ontvankelijk en deed zij uitspraak zonder zitting.
Uitkomst: Het beroep tegen de brief waarin de tijdelijke bescherming werd beëindigd is niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief geen besluit is in de zin van de Awb.