Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een derdelander uit Oekraïne, heeft beroep ingesteld tegen een brief van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin werd meegedeeld dat zijn tijdelijke bescherming per 4 maart 2024 eindigt. De rechtbank beoordeelt het beroep buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, Awb.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van de meervoudige kamer van 16 april 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2024:5415) waarin is geoordeeld dat een dergelijke informatiebrief geen besluit in de zin van de Awb is. De brief informeert slechts over de gevolgen van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin is vastgesteld dat de tijdelijke bescherming automatisch eindigt op 4 maart 2024.
Omdat een besluit volgens artikel 1:3, eerste lid, Awb inhoudt dat een juridisch gevolg wordt beoogd en alleen tegen besluiten beroep kan worden ingesteld (artikel 8:1 Awb Pro), is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de informatiebrief over de beëindiging van tijdelijke bescherming wordt niet-ontvankelijk verklaard.