In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiseres beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar asielaanvraag van 20 augustus 2023. De rechtbank had in een eerdere uitspraak de minister al een beslistermijn van acht weken opgelegd en een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 vastgesteld. Omdat de minister niet binnen deze termijn heeft beslist, is het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond.
De rechtbank bepaalt dat de minister alsnog binnen acht weken na bekendmaking van deze uitspraak een besluit moet nemen. Daarbij wordt rekening gehouden met het '8+8 wekenmodel' van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, maar gezien de overschrijding van de bovengrens van 21 maanden wordt een kortere termijn passend geacht. De dwangsom wordt opnieuw vastgesteld op €100 per dag met een maximum van €15.000, ingaand op 30 maart 2026, nadat de eerdere dwangsom volledig is volgelopen.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €233,50, met een wegingsfactor van 0,25 vanwege de beperkte omvang van het opvolgend beroep. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.