Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn had beslist op haar asielaanvraag van 17 juli 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiseres gestelde aanvullende termijn van twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Zij verwijst naar het '8+8 wekenmodel' zoals gehanteerd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, maar overweegt dat in gevallen waarin de maximale beslistermijn van 21 maanden wordt overschreden een kortere termijn passend is. De minister krijgt daarom een beslistermijn opgelegd tot uiterlijk 12 juni 2026.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor het geval de minister deze termijn overschrijdt. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 467,-. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.