ECLI:NL:RBDHA:2026:7099
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming derdelander Oekraïne en terugkeerbesluit bevestigd
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende derdelander die rechtmatig verbleef in Oekraïne, kreeg tijdelijke bescherming in Nederland na de inval in Oekraïne in februari 2022. Verweerder besloot op 7 februari 2024 dat eiser na 4 maart 2024 geen recht meer heeft op deze bescherming en Nederland binnen vier weken moet verlaten. Dit besluit werd aangevochten en aangehouden in afwachting van prejudiciële vragen aan het HvJ EU.
Na beantwoording van deze vragen en daaropvolgende uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak en rechtbank Den Haag, nam verweerder op 15 augustus 2025 een vervangend terugkeerbesluit. Eiser betwistte dit besluit en voerde aan dat zijn verblijfsrecht niet rechtsgeldig was beëindigd en dat de Afdeling buiten de omvang van het geding was getreden.
De rechtbank oordeelt dat de tijdelijke bescherming van derdelanders Oekraïne eerder mag eindigen dan die van Oekraïense ontheemden, mits niet vóór 4 maart 2024. Het vervangende besluit voldoet aan de Europese Terugkeerrichtlijn en er is geen sprake van strijd met het non-refoulementbeginsel. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het terugkeerbesluit blijft van kracht en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van € 934.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft van kracht.