ECLI:NL:RBDHA:2026:7102
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming van derdelander Oekraïne en terugkeerbesluit bevestigd
Eiseres, een Indiase nationaliteit houdende derdelander die rechtmatig verbleef in Oekraïne, kreeg tijdelijke bescherming in Nederland na de inval in Oekraïne door Rusland. Verweerder besloot op 7 februari 2024 dat deze bescherming na 4 maart 2024 eindigt en dat eiseres binnen vier weken moet terugkeren naar India. Dit besluit werd aangevochten en het beroep werd aanvankelijk aangehouden in afwachting van prejudiciële vragen aan het HvJ EU.
Na beantwoording van deze vragen en daaropvolgende jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en rechtbank, nam verweerder op 8 juli 2025 een vervangend terugkeerbesluit. Eiseres voerde aan dat het onderscheid tussen Oekraïense ontheemden en derdelanders onrechtmatig is, dat zij onvoldoende gelegenheid kreeg om individuele omstandigheden aan te voeren en dat het besluit onvoldoende gemotiveerd is.
De rechtbank oordeelt dat het vervangende terugkeerbesluit rechtmatig is, dat de tijdelijke bescherming van derdelanders eerder mag eindigen dan die van Oekraïners, en dat eiseres voldoende gelegenheid heeft gehad om haar zienswijze kenbaar te maken. De rechtbank volgt de motivering van de Afdeling en het HvJ EU en ziet geen strijd met het non-refoulementbeginsel. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van € 934.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.