ECLI:NL:RBDHA:2026:7105
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming derdelander Oekraïne en terugkeerbesluit bevestigd
Eiser, een Nigeriaanse derdelander die rechtmatig in Oekraïne verbleef, kreeg tijdelijke bescherming in Nederland na de inval van Rusland in Oekraïne. Verweerder besloot op 21 februari 2024 de tijdelijke bescherming na 4 maart 2024 te beëindigen en terugkeer naar Nigeria te gelasten. Na prejudiciële vragen aan het HvJ EU en daaropvolgende uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak en rechtbanken, nam verweerder op 18 juli 2025 een vervangend terugkeerbesluit.
Eiser betwistte dit besluit en voerde aan dat het onderscheid tussen Oekraïense ontheemden en derdelanders onrechtmatig is, dat hoor en wederhoor ontbrak, en dat de Afdeling buiten de rechtsstrijd trad. De rechtbank oordeelde dat de beëindiging van tijdelijke bescherming op grond van facultatieve bepalingen rechtmatig is en dat eiser voldoende gelegenheid tot procesvoering heeft gehad.
De rechtbank verwierp de beroepsgronden, stelde dat het terugkeerbesluit voldoet aan de Europese richtlijnen, en zag geen schending van het non-refoulementbeginsel. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van € 934 vanwege een gebrek in het oorspronkelijke besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.