ECLI:NL:RBDHA:2026:7238
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, met Somalische nationaliteit, diende op 10 september 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland verzocht Duitsland om hem terug te nemen op grond van de Dublinverordening, welke door Duitsland werd aanvaard. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de asielprocedure.
Eiser voerde aan dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt en dat hij daar geen kosteloze rechtsbijstand kreeg, wat leidde tot een oneerlijke behandeling en indirect refoulement. Hij overhandigde een brief van een nicht in Nederland en verwees naar het AIDA-rapport over Duitsland.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd dat hij bij overdracht aan Duitsland een reëel risico loopt op een met het Handvest of EVRM strijdige behandeling. Ook is niet gebleken van bijzondere individuele omstandigheden die overdracht onevenredig hard maken.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter C.E. Bos op 17 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.