Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een alleenstaande Eritrese vrouw, diende op 27 november 2025 een asielaanvraag in Nederland in. De minister van Asiel en Migratie nam haar aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiseres voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet zonder meer kan worden toegepast vanwege tekortkomingen in de Duitse asielprocedure en opvang, en dat haar persoonlijke omstandigheden, waaronder haar kwetsbaarheid als alleenstaande vrouw en familiebanden in Nederland, een uitzondering rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, aangezien Duitsland partij is bij het EVRM en het Vluchtelingenverdrag. Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat haar overdracht aan Duitsland zal leiden tot een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 van Pro het Handvest. Er zijn geen ernstige structurele tekortkomingen in het Duitse asielsysteem vastgesteld en de Duitse autoriteiten hebben de behandeling van haar aanvraag gegarandeerd.
De rechtbank concludeert dat verweerder niet verplicht was de aanvraag aan zich te trekken op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De gestelde familiebanden zijn niet onderbouwd en de persoonlijke omstandigheden van eiseres rechtvaardigen geen uitzondering. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat Duitsland verantwoordelijk is en het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet is doorbroken.