ECLI:NL:RBDHA:2026:7346
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet tijdig besluit gezinshereniging
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging. De minister van Asiel en Migratie heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is omdat de minister de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen.
De rechtbank legt op grond van de Algemene wet bestuursrecht een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met de mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €15.000. De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin de zorgvuldigheid bij gezinsherenigingaanvragen zwaar weegt.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht van €194 en de proceskosten van €467. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en openbaar gemaakt op 31 maart 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een termijn en dwangsom op aan de minister voor het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag gezinshereniging.