ECLI:NL:RBDHA:2026:7380
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit gezinshereniging met dwangsom en proceskostenveroordeling
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging voor verblijf bij zijn minderjarige zoon. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is omdat verweerder de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder besluit te nemen.
De rechtbank stelt vast dat bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken kan worden opgelegd. Voor de situatie van eiser geldt dat verweerder binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen, tenzij nader onderzoek wordt ingesteld, dan geldt een termijn van twintig weken.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht van €194 en de proceskosten van €467. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en griffier S.D.C.J. Verheezen en openbaar gemaakt op 31 maart 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en legt een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met een dwangsom en proceskostenveroordeling.