Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7399

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
1 april 2026
Zaaknummer
NL26.16084
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 96 VwArt. 5 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring met zicht op uitzetting naar Algerije

Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank toetst of de maatregel rechtmatig is vanaf het sluiten van het onderzoek in het laatste beroep op 23 februari 2026.

Eiser betwist het zicht op uitzetting omdat de Marokkaanse autoriteiten hem niet als onderdaan erkennen en hij stelt niet afkomstig te zijn uit Algerije. De rechtbank overweegt dat verweerder op grond van eerdere uitspraken aannemelijk heeft gemaakt dat er zicht is op uitzetting naar Algerije en dat verweerder tijd moet krijgen om de laissez-passer aanvraag af te wachten.

De rechtbank constateert een overschrijding van de termijn voor het sluiten van het vooronderzoek, maar acht dit niet onrechtmatig omdat de uitspraaktermijn niet is overschreden en eiser niet in zijn belangen is geschaad. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.16084

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. R.W. Koevoets),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 23oktober 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw [1] opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 31 maart 2026 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1995 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. [2] Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring rechtmatig is vanaf het moment van het sluiten van het onderzoek in het laatste beroep op 23 februari 2026.
4. Eiser stelt dat er geen zicht op uitzetting is. De Marokkaanse autoriteiten hebben meegedeeld eiser niet als onderdaan te erkennen en eiser stelt ook niet afkomstig te zijn uit Algerije.
5. De rechtbank merkt ambtshalve het volgende op. Eiser heeft op 23 maart 2026 beroep ingesteld. Op grond van artikel 96, eerste lid, van de Vw had de rechtbank het vooronderzoek binnen één week na ontvangst van het beroepschrift moeten sluiten en ingevolge het tweede lid binnen zeven dagen daarna schriftelijk uitspraak moeten doen. Dit betekent dat de rechtbank uiterlijk op 30 maart 2026 het onderzoek had moeten sluiten. Het vooronderzoek is echter op 31 maart 2026 gesloten. De termijn zoals genoemd in artikel 96, eerste lid, van de Vw is dus overschreden. Ondanks de termijnoverschrijding is er echter sprake van een voortvarende beslissing als bedoeld in artikel 5, vierde lid, van het EVRM, [3] omdat de uitspraaktermijn zoals bedoeld in artikel 96, tweede lid, van de Vw niet is overschreden. De rechtbank ziet derhalve geen aanleiding om het voortduren van de bewaring alleen vanwege het te laat sluiten van het vooronderzoek onrechtmatig te achten. Eiser is als gevolg van deze termijnoverschrijding dan ook niet in zijn belangen geschaad.
6. Zoals is overwogen in voorgaande uitspraken, is gebleken dat de Marokkaanse autoriteiten op 8 januari 2026 hebben meegedeeld dat eiser niet voorkomt in het systeem en dat zijn nationaliteit daarom niet is vastgesteld. Dit maakt nog niet dat de maatregel van bewaring opgeheven dient te worden. In de uitspraak van 24 februari 2026 is geoordeeld dat verweerder aanknopingspunten heeft mogen zien om zicht op uitzetting naar Algerije aan te nemen. Verweerder moet enige tijd gegund worden om de lp [4] -aanvraag af te kunnen wachten. Niet is gebleken dat de Algerijnse autoriteiten te kennen hebben gegeven dat voor eiser geen lp zal worden afgegeven. Eiser heeft verder niets aangevoerd waaruit zou volgen dat het zicht op uitzetting naar Algerije in zijn algemeenheid ontbreekt.
7. Ook de ambtshalve toetsing leidt niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment in de te beoordelen periode onrechtmatig was.
8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 1 april 2026 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Zie de uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats van 5 november 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:20553, 15 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:24010, 22 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1003 en 24 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3655.
3.Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
4.Laissez-passer.