ECLI:NL:RBDHA:2026:7513
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvragen machtiging voorlopig verblijf gezinshereniging
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvragen tot het verlenen van een machtiging voor voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging. De rechtbank stelt vast dat verweerder de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig is ingesteld na een rechtsgeldige ingebrekestelling en verklaart het beroep gegrond. Gelet op de bijzondere omstandigheden bij aanvragen van houders van een asielvergunning, wordt een langere beslistermijn dan de standaard twee weken passend geacht.
Verweerder heeft herstel van het verzuim aangeboden en verzoekt om een termijn van zestien weken voor het nemen van een besluit, wat de rechtbank niet onredelijk acht. De rechtbank legt een termijn van zestien weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen en stelt een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding, met een maximum van €15.000.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het door eisers betaalde griffierecht en de proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en openbaar gemaakt op 1 april 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een termijn van zestien weken op voor het nemen van een besluit met een dwangsom bij overschrijding.