ECLI:NL:RBDHA:2026:7541
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit gezinshereniging asielvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging voor zijn familieleden. De aanvraag werd ingediend op 28 december 2023, waarna de minister de beslistermijn met drie maanden verlengde, waardoor uiterlijk 27 juni 2024 een besluit had moeten worden genomen. Deze termijn is echter verstreken zonder besluit.
De rechtbank stelt vast dat verweerder op 4 april 2025 rechtsgeldig in gebreke is gesteld en dat het beroep op 2 mei 2025 tijdig is ingediend. Gezien de bijzondere omstandigheden rond aanvragen van gezinshereniging bij asielvergunninghouders, legt de rechtbank een nadere beslistermijn op van acht weken na verzending van deze uitspraak, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442, vergoeding van het griffierecht van €194 en proceskosten van €467. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig genomen besluit vernietigd en een nadere beslistermijn met dwangsommen opgelegd.