Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank constateert dat er sprake is van bijzondere omstandigheden en achterstanden in de behandeling van asielaanvragen, maar acht een nadere beslistermijn tot uiterlijk 20 april 2026 redelijk.
De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt de minister op om binnen de gestelde termijn een besluit te nemen. Tevens legt de rechtbank een rechterlijke dwangsom op van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 467. De rechtbank verwijst naar het wettelijke kader, waaronder de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht, en benadrukt dat de verlenging van de beslistermijn onvoldoende is gemotiveerd. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via een geanonimiseerde publicatie.