ECLI:NL:RBDHA:2026:7580
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf gezinshereniging
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging bij haar moeder. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht definitief toegewezen.
De aanvraag werd ingediend op 8 januari 2025, met een beslistermijn van 90 dagen die door verweerder met drie maanden werd verlengd, waardoor uiterlijk 8 juli 2025 een besluit had moeten worden genomen. Deze termijn is verstreken zonder besluit. Verweerder is rechtsgeldig in gebreke gesteld op 23 oktober en 14 november 2025, waarna het beroep op 9 december 2025 tijdig werd ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en legt op grond van artikel 8:55d Awb een nadere beslistermijn op van acht weken na verzending van deze uitspraak, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor overschrijding van deze termijn. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van €467.
De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 1 april 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een nadere beslistermijn met dwangsom op en veroordeelt verweerder in de proceskosten.