Eiser heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag van 15 juli 2025. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister ondanks verzoeken niet binnen twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Op basis van het 8+8 wekenmodel, zoals vastgesteld door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, legt de rechtbank een nieuwe beslistermijn van zestien weken op aan de minister. Indien de minister deze termijn overschrijdt, moet hij een dwangsom van €100 per dag betalen, met een maximum van €15.000.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €467. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.