ECLI:NL:RBDHA:2026:7795
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van der Veen
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugkeerbesluit niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie, waarin hem werd opgelegd Nederland te verlaten en terug te keren naar Pakistan. De minister had eiser eerder tijdelijke bescherming verleend onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming, maar deze bescherming was beëindigd.
Tijdens de zitting op 30 maart 2026 was eiser en zijn gemachtigde afwezig, terwijl de gemachtigde van de minister wel aanwezig was. De rechtbank heeft het verzoek van eiser om vrijstelling van griffierecht toegewezen. De minister heeft de rechtbank geïnformeerd dat het terugkeerbesluit en de SIS-signalering inmiddels zijn vervallen, omdat eiser zich op 17 januari 2026 aan de Schengen buitengrens heeft gemeld.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen procesbelang meer heeft bij het beroep, mede omdat hij geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde en kennelijk geen prijs stelt op een inhoudelijke beoordeling. Dit leidt tot niet-ontvankelijkheid van het beroep. De rechtbank beoordeelt het beroep daarom niet inhoudelijk en wijst de proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.