Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7996

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
NL25.40891
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55d AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond tegen niet tijdig besluit verlening machtiging voorlopig verblijf nareis

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Eerder had de rechtbank bij uitspraak van 25 februari 2025 het eerste beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen binnen een termijn van acht dan wel twintig weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.

Ondanks deze uitspraak heeft de minister geen besluit genomen, waarop eiseres op 27 augustus 2025 opnieuw beroep instelde. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, omdat de minister nog steeds niet heeft beslist en de eerdere dwangsom nog niet volledig is verbeurd.

De rechtbank stelt een nieuwe beslistermijn van twee weken en legt een hogere dwangsom op van € 200 per dag met een maximum van € 15.000, ingaande na het vollopen van de eerdere dwangsom. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op binnen twee weken een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.40891

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres,

V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),
en
de minister van Asiel en Migratie [1] , verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor verblijf bij [referent] (referent).
Bij uitspraak van 25 februari 2025 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep gegrond verklaard en daarbij verweerder opgedragen om binnen een termijn van acht dan wel twintig weken een besluit op de aanvraag te nemen. [2]
Op 27 augustus 2025 heeft eiseres opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de hierboven genoemde aanvraag.
Verweerder heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een verweerschrift in te dienen.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [3] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat wanneer de wettelijke termijn voor het nemen van een besluit is verstreken, in beginsel een ingebrekestelling is vereist in het geval dat tegen het niet tijdig nemen van een besluit (voor de eerste keer) beroep wordt ingesteld bij de bestuursrechter. [4] Uit deze jurisprudentie volgt ook dat wanneer de bestuursrechter een termijn heeft gesteld en het bestuursorgaan zich niet aan deze termijn houdt, een nieuwe ingebrekestelling niet is vereist.
2. In haar uitspraak van 25 februari 2025 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het eerste beroep van eiseres tegen het niet tijdig beslissen gegrond verklaard en verweerder opgedragen om binnen acht dan wel twintig weken na de dag van bekendmaking van de uitspraak alsnog een besluit bekend te maken. Ook heeft de rechtbank in die uitspraak bepaald dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100 moet betalen voor elke dag waarmee hij deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000.
3. Eiseres heeft het tweede beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op deze aanvraag ingesteld op 27 augustus 2025. Op dat moment was de rechterlijke dwangsom nog niet volgelopen. Bij een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit blijft procesbelang in beginsel bestaan zolang er nog geen besluit is, ook als een eerder opgelegde dwangsom nog niet volledig is verbeurd. [5] Verweerder heeft nog altijd geen besluit genomen op de aanvraag. Dit betekent dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is.
4. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van de in artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb genoemde beslistermijn van twee weken waarbinnen verweerder een besluit bekend dient te maken. De rechtbank heeft in haar eerste uitspraak op het beroep al een redelijke nadere beslistermijn gesteld. De rechtbank draagt verweerder daarom op om binnen twee weken na de dag van bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag te nemen.
5. Op grond van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb bepaalt de rechtbank dat verweerder een dwangsom van € 200 aan eiseres verbeurt voor elke dag waarmee deze termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000. De rechtbank merkt in dat verband op dat uit de eerder aan verweerder opgelegde dwangsom vooralsnog een onvoldoende prikkel is gebleken, nu een besluit op de aanvraag is uitgebleven. De rechtbank stelt vast dat de eerder opgelegde rechterlijke dwangsom nog niet is volgelopen. Dit betekent dat voor verweerder reeds een prikkel aanwezig is om een besluit op de aanvraag te nemen. De rechtbank bepaalt daarom dat verweerder de aan deze uitspraak verbonden rechtelijke dwangsom verbeurt met ingang van de dag nadat de eerder opgelegde rechterlijke dwangsom is volgelopen.
6. In de gegrondverklaring van het beroep ziet de rechtbank aanleiding om te bepalen dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 194 moet vergoeden en om verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. De proceskosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 467, bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
 verklaart het beroep gegrond;
 vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit;
 draagt verweerder op om binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit op de aanvraag bekend te maken;
 bepaalt dat verweerder, met ingang van de dag na het vollopen van de eerdere rechterlijke dwangsom wegens het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag, aan eiseres een dwangsom van € 200 (tweehonderd euro) moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000 (vijftienduizend euro);
 bepaalt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 194 (honderd vierennegentig euro) moet vergoeden;
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 467 (vierhonderdzevenenzestig euro).
Deze uitspraak is gedaan op 2 april 2026 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
3.Algemene wet bestuursrecht.
4.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 8 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:673.
5.Zie de uitspraak van de Afdeling van 15 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1684 en de uitspraak van de Afdeling van 27 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4865.