Eiseres, een jezidi uit de Sinjar-regio in Irak, diende een asielaanvraag in die door de minister van Asiel en Migratie werd afgewezen. De minister baseerde zich op een beleidswijziging waarin jezidi's niet langer als risicoprofiel worden beschouwd en stelde dat adequate opvang beschikbaar is in Irak, met name in het vluchtelingenkamp Shariya in de Koerdische Autonome Regio (KAR).
De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de actuele situatie in het vluchtelingenkamp en de leefomstandigheden van eiseres en haar familie. Het besluit bevat een motiveringsgebrek, mede omdat recente rapporten wijzen op verslechterde omstandigheden en het terugtrekken van hulporganisaties. Ook is onvoldoende gemotiveerd waarom het kamp als normale woon- en verblijfplaats kan worden aangemerkt.
Daarnaast is onvoldoende onderzocht of de ouders van eiseres, die als opvangmogelijkheid worden genoemd, daadwerkelijk adequate opvang kunnen bieden gezien hun omstandigheden. Ook het opleggen van een terugkeerbesluit wordt onterecht geacht omdat eiseres beschikt over een Griekse verblijfsvergunning en de minister de Griekse autoriteiten niet heeft geïnformeerd.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres.