Eiser heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn had beslist op zijn asielaanvraag van 23 september 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiser gestelde aanvullende termijn van twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Op basis van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt het ‘8+8 wekenmodel’ toegepast, waardoor de minister een nieuwe beslistermijn van zestien weken krijgt om alsnog een besluit te nemen. Deze termijn gaat in de dag na de bekendmaking van deze uitspraak.
De rechtbank legt een rechterlijke dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de door eiser gemaakte proceskosten van € 467,-. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.