Eiser heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn had beslist op zijn asielaanvraag van 3 mei 2025. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiser gestelde termijn van twee weken alsnog een besluit heeft genomen.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Op basis van eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt de minister opgedragen binnen een termijn van zestien weken, te rekenen vanaf de dag na de bekendmaking van deze uitspraak, alsnog een besluit te nemen. Deze termijn is gebaseerd op het zogenoemde ‘8+8 wekenmodel’.
Daarnaast legt de rechtbank een rechterlijke dwangsom op van €100 per dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de door eiser gemaakte proceskosten, vastgesteld op €467. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.