ECLI:NL:RBDHA:2026:8540
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiseres, van Pakistaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in die door de minister niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen dit besluit en oordeelde dat het besluit zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was.
Eiseres voerde aan dat de minister onvoldoende rekening had gehouden met haar huwelijk en de aanwezigheid van haar echtgenoot in Nederland, maar de rechtbank stelde vast dat de minister hier wel degelijk op was ingegaan in het definitieve besluit en dat eiseres geen originele stukken over een gezinsband had overgelegd. Ook het claimverzoek aan Duitsland was correct, aangezien het ging om een terugnameverzoek en niet om een overnameprocedure.
Verder stelde eiseres dat de minister de aanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich had moeten trekken vanwege bijzondere omstandigheden, zoals de zorg voor haar zieke echtgenoot. De rechtbank vond dat de minister dit niet hoefde te doen omdat geen bijzondere omstandigheden waren aangetoond en eiseres geen medische stukken had overgelegd.
De rechtbank concludeerde dat de verantwoordelijkheid van Duitsland vaststaat en dat het beroep ongegrond is, waardoor het besluit van de minister in stand blijft. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.