In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, wordt het beroep van eiseres tegen de minister van Asiel en Migratie behandeld. Eiseres had eerder een beroep ingesteld dat gegrond werd verklaard, waarbij de minister werd opgedragen om binnen acht weken een besluit te nemen op haar asielaanvraag. De rechtbank had ook een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn werd overschreden, met een maximum van € 7.500,-. In deze tweede procedure stelt eiseres dat de minister niet tijdig heeft beslist op haar asielaanvraag van 31 oktober 2023. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, omdat de minister niet binnen de opgelegde termijn heeft beslist. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn op van vier weken, te rekenen vanaf de bekendmaking van deze uitspraak. Tevens wordt de dwangsom verhoogd naar € 100,- per dag, met een maximum van € 15.000,-, om de minister te prikkelen tot het nemen van een besluit. De proceskosten van eiseres worden vastgesteld op € 467,-.